Category

Onderzoek

Onderzoek

Woningcorporaties als opdrachtgever voor circulaire renovatie en nieuwbouw

Een verkenning naar de eerste circulaire stappen voor woningcorporaties door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de BouwhulpGroep.

Corporaties onderschrijven het thema circulariteit, maar er daadwerkelijk invulling aan geven is niet altijd vanzelfsprekend. Onbekendheid, geen prioriteit of beperkte keuze in het aanbod zorgt ervoor dat er nog weinig circulaire oplossingen worden toegepast.Veel corporaties hebben het thema circulariteit opgenomen in hun beleid, maar er concreet invulling aan geven is een stuk lastiger. Aan de hand van interviews met corporaties die al op een of ander manier bezig zijn, wordt in deze publicatie weergegeven wat zij al gedaan hebben om circulaire stappen te zetten. In dit onderzoek worden de ambities van corporaties op het circulaire vlak achterhaald, maar vooral wat hen tegenhoudt om die ambities waar te maken. Tevens wordt in kaart gebracht welke lessen zij anderen mee willen geven en wat corporaties denken nodig te hebben om verder te komen. Via nevenstaande link kunt u de gehele publicatie downloaden.

Continue reading
Onderzoek

Circulair bouwen, duurder of goedkoper?

Door A.C.F.(Alexander)Draaijer – RUG

In dit onderzoek wordt het effect van circulair bouwen op de Life Cycle Cost(LCC) onderzocht. Door middel van een meervoudige casus studie wordt er onderzocht of circulair bouwen de Life Cycle Cost van kantoorgebouwen beïnvloed. De Life Cycle Cost is onderverdeeld in de vier determinanten:planningskosten, bouwkosten, exploitatie- en beheerkosten en sloopkosten.

De determinanten worden in de literatuur en in de casussen behandeld en per casus geanalyseerd.Het onderzoek is op een exploratieve manier opgesteld om oorzaak en gevolg in kaart te brengen. Hiervoor zijn de vijf casussen: Swettehûs(2022), Triodos Bank(2019), Alliander Duiven(2016), Gemeentehuis Brummen(2013) en Stadskantoor Venlo(2016) onderzocht. Dit zijn kantoorgebouwen met een sterke circulaire ambitie in Nederland. De casussen zijn geschaald op een circulaire meetschaal om de circulaire ambitie te toetsen. Daarna is voor elke casus per Life Cycle Cost determinant geanalyseerd wat het effect is van circulair bouwen op de determinanten en op de totale Life Cycle Cost. Uit de exploratieve analyse blijkt dat circulair bouwen de Life Cycle Cost verlaagt. Wanneer in de ontwerp- en planningsfase keuzes gemaakt worden met betrekking tot circulaire bouw toepassingen en de Life Cycle Cost getoetst wordt op deze toepassingen, kan de Life Cycle Cost fors lager uit vallen ten opzichte van een situatie waarbij een conventioneel gebouw gerealiseerd wordt. Via nevenstaande link kunt u het gehele onderzoek downloaden.

Continue reading
Onderzoek

Op naar beter, Nul op de Meter!

Om aan de doelstellingen van Parijs te voldoen heeft Nederland zich gecommitteerd om de CO2-uitstoot in 2030 met 30% terug te brengen; voor 2050 is energieneutraliteit het doel. Dit betekent een enorme opgave voor het energiezuinig maken van onze gebouwde omgeving, die voor Nederland neerkomt op het renoveren van zo’n 1000 woningen per dag.

Woningcorporaties in Nederland hebben in de afgelopen jaren al duizenden woningen verbeterd naar Nul op de Meter. Voor bewoners is zo’n verbouwing een ingrijpende operatie. De woning moet voor een groot deel worden leeggeruimd en een verbouwing geeft nu eenmaal lawaaioverlast, stof en rommel. Ook komen er dagelijks mensen over de vloer. Soms kunnen bewoners tijdelijk terecht in een wisselwoning, maar ook dat grijpt in de gewone leefsituatie in. Voor een ingrijpende omslag als de transitie naar energieneutraliteit is draagvlak onder bewoners van groot belang.

Bijgaand document vormt de afsluiting van het SIA-RAAK onderzoeksproject ‘Op naar beter, Nul op de Meter!’, uitgevoerd door de Hanzehogeschool Groningen. In het project is samen met partners onderzoek gedaan naar de evaluatie van Nul op de Meter-renovatie vanuit het perspectief van bewoners.

Aan het project hebben vele studenten meegewerkt, als afstudeerder of in het kader van een buitenwerkplaats of vastgoedlab. Uit het onderzoek bleek dat een positieve ervaring van bewoners met NOM-renovatie cruciaal is voor het succes van renovatieprojecten. Laagdrempelige informatie aan bewoners is essentieel; zij weten soms niet hoe om te gaan met de nieuwe installaties en hebben regelmatig moeite om Nul op de Meter te realiseren. Verder bleek dat vooral bewoners met een lage sociaaleconomische status (SES) weinig participeerden bij de voorbereiding van projecten. Via de nevenstaande link kunt u de gehele rapportage downloaden.

Continue reading
Onderzoek

Leren van 15 jaar DBFM-projecten bij Rijkswaterstaat

Deze deelrapportage presenteert de analyse en bevindingen van de interviewronde die het onderzoeksteam van het departement Bestuurskunde en Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) heeft uitgevoerd in kader van het onderzoek Leren van 15 jaar DBFM-projecten bij RWS in opdracht van Bouwend Nederland en Rijkswaterstaat in de periode december 2019 – maart 2020 onder 34 publieke en private betrokkenen bij DBFM-projecten.

Het doel van deze interviewronde was om te achterhalen welke beelden er onder betrokkenen leven ten aanzien van de performance van DBFM-projecten en de invloed van het DBFM-contract op deze performance. De interviews werden gehouden aan de hand van tien kernvragen, waarmee de percepties van de betrokkenen over de performance in kaart zijn gebracht. Het betrof de volgende tien vragen:

  1. Tijd: Heeft DBFM bevorderd dat meer projecten op tijd werden opgeleverd ten opzichte van andere contractvormen? Waardoor komt dat?
  2. Financiën: Heeft DBFM bevorderd dat projecten voor het bedrag zoals overeengekomen – de contractwaarde – worden gerealiseerd en dat opdrachtnemers (SPC, EPC en MTC) een aanvaardbaar rendement realiseren?
  3. Kwaliteit: Heeft DBFM voor meer of minder procesen productkwaliteit gezorgd ten opzichte van andere contractvormen? Is de life-cycle-benadering voldoende uit de verf gekomen? Waardoor komt dat?
  4. Innovatie: Heeft DBFM meer of juist minder innovaties en optimalisaties gebracht dan andere contractvormen? Waardoor komt dat?
  5. Beschikbaarheid: Welke invloed heeft het beschikbaarheidsinstrumentarium gehad op het proces en de uitkomst, waaronder beschikbaarheid, van de projecten? Waardoor kwam dat?
  6. Risico’s: Hoe heeft DBFM het risicoprofiel van projecten beïnvloed? Wat is de implicatie voor de aard van de risico’s en de verdeling van de risico’s (ook binnen het consortium) en de mogelijkheid om risico’s te managen?
  7. Flexibiliteit: Is er binnen DBFM voldoende flexibiliteit aanwezig om wijzigingen in het project te verwerken? Waardoor komt dat?
  8. Samenwerking: Heeft DBFM geleid tot een betere samenwerking tussen opdrachtgever (OG) en opdrachtnemer (ON) en tussen opdrachtnemers onderling ten opzichte van andere contractvormen?
  9. De rol van de banken en investeerders: Wat is rol van de investeerders en banken, met inbegrip van de rol van de Lenders’ Technical Advisors (LTA) binnen DBFM? Wat zijn de positieve en negatieve effecten daarvan voor het risicomanagement?
  10. Lessen en toekomst DFBM: Welke lessen kunnen we leren van de DBFM-praktijk zoals deze zich de afgelopen 15 jaar heeft ontwikkeld?

De gehele rapportage kunt u via de nevenstaande link downloaden.

Continue reading
Onderzoek

Verspilde moeite, over faalkosten in de bouwsector

– Publicatie van de ABN AMRO –

Faalkosten zijn een vast gegeven in de bouwsector, of het nu economisch goed gaat of niet. Uit de rapportage blijkt dat 39 procent van de ondervraagde bedrijven faalkosten heeft van 5 procent of meer van de aanneemsom. Het bouwproces is complex, waardoor het lastig is om deze kosten onder controle te houden. Faalkosten vormen een grote last waar elk bouwbedrijf vroeg of laat mee te maken krijgt. Door de faalkosten te verlagen kan het bedrijfsresultaat aanzienlijk verbeteren, zeker gezien de lage winstmarges in de sector. Kostenbeheersing is een onderwerp dat leeft in de sector. Veel bedrijven doen hun best om de faalkosten zo laag mogelijk te houden.

In de rapportage doet de ABN AMRO vijf aanbevelingen om de faalkosten binnen het bouwbedrijf te verminderen. Dit zijn aanbevelingen die voortkomen uit de interviews en de enquête die wij hebben gehouden. Ze zijn dus afkomstig van de bouwbedrijven zelf. Het navolgende overzicht bevat aanbevelingen die u kunt vertalen naar de praktijk van uw eigen organisatie.

1. Goede voorbereiding is het halve werk
Meerdere partijen geven aan dat meer tijd moet worden besteed aan de startfase: de fase waarin het ontwerp wordt gemaakt en het project wordt voorbereid. Meer tijd besteden aan de wensen van de opdrachtgever, een realistische planning en identificering van risico’s bij de start van het proces zorgt voor minder onzekerheid en kosten in de uitvoeringsfase. Met een goede voorbereiding worden wijzigingen door de opdrachtgever in de uitvoeringsfase voorkomen. Juist in die fase werken wijzigingen zeer verstorend aangezien ze onverwachte kosten, vertragingen, kwaliteitsissues en dus claims kunnen veroorzaken.

2. Samen kom je verder
In een sector waar zoveel partijen één product maken, is goede samenwerking essentieel. Het optimaliseren van die samenwerking, binnen en tussen bedrijven, zorgt voor meer kennisinbreng, meer betrokkenheid en minder misverstanden tussen alle partijen. De bedrijven die de enquête hebben ingevuld, noemen samenwerken met vaste partners als belangrijkste stap om de faalkosten te verminderen. Bedrijven die in de crisis vasthielden aan vaste partners profiteren daar nu van, terwijl er ook voorbeelden zijn van partijen die het tegenovergestelde deden en daar nu de nadelen van ondervinden. Het samenbrengen van de belangrijkste partijen in een bouwteam helpt het bouwproces en de planning. Dat vereist wel dat veel aandacht wordt besteed aan de samenstelling van het bouwteam en op welk moment in het bouwproces partijen bij elkaar worden gebracht. Het is dus zaak dat partijen elkaar leren kennen en daar op voortbouwen.

3. Op ervaring kun je bouwen
De bouwsector is in korte tijd geconfronteerd met zowel laag- als hoogconjunctuur. De meest recente crisis was diep en gaf de bouwsector een flinke tik. Veel vakmensen verloren hun baan. Veel werknemers werden zelfstandig. Vooral jonge bouwlieden kwamen op een zijspoor en de instroom bij opleidingen droogde op. Door het geringe aantal bouwprojecten in de crisisjaren hebben dus relatief weinig mensen ervaring op kunnen doen met opdrachtgeverschap voor de bouw, bouwwerkzaamheden of risicomanagement. Met de omslag in het economisch tij ondervindt de sector hiervan nog steeds de gevolgen, zoals blijkt uit de interviews. Wanneer het ontbreekt aan de juiste ervaring, kennis en vaardigheden wordt het risico op fouten vanzelfsprekend groter. Opleiden van werknemers loont dus.

4. Innovatie en standaardisatie
Procesoptimalisatie en procesinnovatie, zoals efficiënter plannen, digitalisering en automatisering, helpen bij het voorkomen van fouten en het verlagen van de kosten. De geïnterviewde bedrijven geven aan dat, het belangrijk blijft om verder te innoveren en te verbeteren. Door nu in te zetten op innovatie zorgen bedrijven voor lagere (faal)kosten op de langere termijn. De meeste geïnterviewde bedrijven komen met voorbeelden van innovatie, terwijl dit bij de geënquêteerde bedrijven in mindere mate naar voren komt. Standaardisatie van het proces, product en project is ook innovatie.

5. Deel kennis met elkaar en leer van fouten
De geïnterviewde bouwers en adviseurs zien kansen in het leren van gemaakte fouten. Bedrijven moeten intern en met hun partners open communiceren over wat fout gaat. Dat betekent dat bedrijven de tijd moeten nemen om terug te kijken en gedurende het werk al lijsten moeten bijhouden met de meest voorkomende fouten, bijvoorbeeld per fase of type project. Ook het verminderen van de afhankelijkheid van een of enkele personeelsleden met unieke kennis en vaardigheden zorgt voor een daling van de faalkosten. Zorg dat hun kennis, ook
over waar het mis kan gaan, gedeeld wordt. Die kennis is dan meer waard

Continue reading
Onderzoek

Planmatig renoveren door de ogen van woningcorporaties

Om het proces van planmatige renovatieprojecten te onderzoeken hield adviesbureau Jonge Honden elf diepte-interviews met verschillende woningcorporaties. Aan de hand van een klantenreis werden de ervaringen over het gehele proces, met de betrokken actoren, besproken. Samen met en door de ogen van woningcorporaties is er antwoord gegeven op de vraag: Hoe ervaren woningcorporaties het proces van planmatige renovatieprojecten, van initiatie tot met de evaluatie? Via nevenstaande link kunt u de rapportage downloaden.

Continue reading
Onderzoek

Kost- & risicobeheersing in bouwteams

– Thesis van Renier Timmermans (TU Delft) –

Bij civiele bouwprojecten wordt op verschillende manieren samengewerkt tussen opdrachtgever en aannemer om kosten en risico’s te beheersen. Bij traditioneel aanbesteden vinden veel wijzigingen en meerwerkkosten na de aanbesteding plaats. In de ontwerpfase wordt in samenwerking het ontwerp door het bouwteam uitgewerkt en geoptimaliseerd. Dit zou moeten leiden tot een betere kostenbeheersing in de uitvoeringsfase. Echter, ook bij de samenwerking in bouwteams vindt in de uitvoering geregeld meerwerk plaats, waardoor er hogere kosten zijn voor de opdrachtgever en een lagere marge voor de aannemer.

De gemeente Hengelo wil daarom weten hoe zij de kostenbeheersing van een bouwteam kan verbeteren om kostenoverschrijdingen in de uitvoering te voorkomen. Hiervoor is de volgende onderzoeksvraag opgesteld: Hoe kan het ontwerpproces bij samenwerking in een bouwteam worden verbeterd om kostenoverschrijdingen te voorkomen? Via nevenstaande link kan het gehele rapport worden gedownload.

Voor dit onderzoek zijn er interviews gehouden met zes aannemers en één opdrachtgever die ervaring hebben met het werken in bouwteams. De geïnterviewden, allen experts, is gevraagd naar hun ervaring met kost- en risicobeheersing in bouwteamprojecten om een mogelijke oorzaak te vinden voor het overschrijden van projectkosten. Vervolgens is er een documentenstudie uitgevoerd op twee infraprojecten in de stad Hengelo om het verschil in geraamde- en werkelijke kosten te kunnen verklaren.

Uit de interviews blijkt dat er wel een gedegen kostenbeheersingsinstrumentarium aanwezig is, maar dat risicobeheersing op de projecten minder wordt toegepast. In het bouwteamproces van de gemeente Hengelo vindt momenteel slechts één risicosessie plaats. Deze is in een vroeg stadium van de ontwerpfase. De interne risico’s worden wel meegenomen in de risicosessie, terwijl de externe risico’s in dit stadium onduidelijk zijn en niet worden ingecalculeerd. Een andere belangrijke bevinding uit de interviews is dat de miscommunicatie en het ontbreken van informatie als belangrijke oorzaken voor kostenoverschrijding worden benoemd. De aannemer en opdrachtgever hebben een andere kijk op de uitwerking van het ontwerpproces wat voor miscommunicatie zorgt, terwijl het ontbreken van informatie ervoor zorgt dat externe risico’s niet voldoende worden meegenomen.

Uit documentenstudie blijkt dat meerwerk de belangrijkste oorzaak is voor de kostenoverschrijding van projecten. Door het meerwerk ontstaan onvoorziene posten, die niet zijn meegenomen in de kostenraming. Een andere belangrijke bevinding uit de documentenstudie is dat de gemeente Hengelo bij het werken in bouwteams nog steeds gebruik maakt van stelposten. De stelposten waarbij de kostenraming gebaseerd is op een bestek zorgen voor een lagere kostenoverschrijding dan de stelposten die gebaseerd zijn op het definitieve ontwerp.

Op basis van dit onderzoek naar knelpunten in de risicobeheersing in bouwteams van de gemeente Hengelo wordt aanbevolen om de RISMAN-methode en de SSK-methodiek toe te voegen aan het huidige bouwteamproces. Met behulp van de RISMAN-methode wordt de risicobeheersing op meerdere momenten tijdens het bouwteamproces uitgevoerd, niet slechts eenmalig tijdens de ontwerpfase. Uit de literatuur blijkt verder dat gebruik van de SSK-methodiek ervoor kan zorgen dat risico’s gekwantificeerd worden bij de kostenraming. Hierdoor worden de risico’s tijdens het bouwteamproces beter in kaart gebracht.

Continue reading
Onderzoek, Resultaten (cijfers) - wetenschap

Resultaten onderzoek naar Supply Chain Maturity in Nederland

Ir. Gijs Dolmans MBA, Michel van Buren MBA (BLMC) en prof. dr. Jack van der Veen hebben afgelopen jaar onderzoek gedaan naar de maturity (volwassenheid) van supply chain management (SCM) in het Nederlandse bedrijfsleven. De gegevens voor deze editie (172 respondenten) zijn verzameld aan het eind van 2019 en begin 2020 verwerkt in dit rapport.

Diverse (wetenschappelijke) onderzoeken tonen aan dat er een positieve samenhang bestaat tussen het niveau waarop SCM wordt toegepast en het bedrijfsresultaat. Hoe meer de principes van SCM worden toegepast, hoe beter de samenwerking intern en met externe partners verloopt, hoe sneller en wendbaarder bedrijven worden, hoe tevredener de eindklant en hoe lager de kosten. De mate waarin SCM wordt toepast is daarin een groeipad, wat weergegeven kan worden middels een niveau van ‘volwassenheid’ – hoe hoger een organisatie scoort op deze SCM volwassenheid, hoe beter het SCM, hoe beter de prestaties zijn.

Volwassen SCM kenmerkt zich door een hoge mate van interne en externe samenwerking tussen stakeholders. Pijlers daarvan zijn het hebben van een duidelijke en gedeelde business (en daarvan afgeleide supply chain) strategie, waarbij er in de operationele uitvoering een proces-gestuurde infrastructuur binnen en tussen bedrijven bestaat, waarbij informatie volop wordt gedeeld, de verschillende KPIs op elkaar afgestemd zijn en er monitoring over de keten heen bestaat en waarbij de factor mens zodanig wordt betrokken dat voortdurende verbetering en innovatie plaats kan vinden hetgeen impact heeft op cultuur, vertrouwen en leiderschap. De resultaten van hun onderzoek is via nevenstaande link in te zien.

Continue reading
Onderzoek

Dynamische verdeelmodellen in ketensamenwerking

In 2015 studeerde Tim de Gussem onder mijn vleugels, af aan de TU Delft op een onderzoek naar de mogelijke incentive systemen die toegepast zouden kunnen worden in ketensamenwerking. Dit onderzoek werd getriggered door het feit dat een van de 6 aspecten die van belang zijn om ketensamenwerking te laten slagen, de aanwezigheid is van een systeem waarin partijen samen de lasten en de lusten delen indien men langdurig samenwerkt. Dergelijke modellen werden niet/nauwelijks toegepast en Tim heeft die in zijn onderzoek op een rijtje gezet en de plussen en minnen van de verschillende modellen beschreven en daarover een advies geschreven.

In die periode waren er echter nog maar een handjevol partijen bezig om ketensamenwerking te implementeren. We zijn inmiddels 7 jaar verder en ik vermoed dat er nog steeds maar een beperkt aantal partijen een gezamenlijk incentive systeem hebben draaien binnen hun strategische samenwerkingsverbanden. Daarom nogmaals deze post, weliswaar uit de oude doos maar nog zeer actueel. Via nevenstaande link kunt u zijn gehele rapportage (in Engels) downloaden.

Continue reading
Onderzoek

Nul op de meter prijsontwikkeling 2015-2030

In het Klimaatakkoord hebben bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden maatregelen afgesproken waarmee de de gestelde klimaatdoelen kunnen halen. Voor de gebouwde omgeving betekent dit dat heel veel woningen en gebouwen in een relatief heel korte tijd verduurzaamd moeten worden; heel goed isoleren, voor zover mogelijk de eigen woning gereed maken om de eigen energie op te wekken of aan te sluiten op een duurzaam warmtenet, enz. Deze transitie van fossiel naar non-fossiel heeft nergens in de wereld een precedent. Wel is
Stroomversnelling al een aantal jaren bezig te ontdekken hoe je in een hoog tempo woningen kunt verduurzamen, zodanig dat ze geen aardgasaansluiting meer nodig hebben en zelf in de eigen energiebehoefte kunnen voorzien.

Om een redelijk en betrouwbaar beeld te krijgen van de kosten die grootschalige verduurzaming van de gebouwde omgeving met zich meebrengt heeft stroomversnelling diepte-interviews met de – op dit punt – relevante leden gehouden. Ze hebben de calculaties gezien en inzage gehad in innovatieplannen, ontwikkelroutes en de impact daarvan op de kostprijs. Vervolgens heeft de stroomversnelling de geabstraheerde gegevens verwerkt in een overzicht zodat een betrouwbaar beeld ontstaat van wat de kostprijsontwikkeling is bij nulop-
de-meter (NOM) renovaties; dit in vergelijking met traditionele label B renovaties. Via nevenstaande link kunt u het gehele onderzoek downloaden.

Continue reading
Onderzoek

De derde succesfactor ontrafeld

‘- Voor u gevonden op internet, de publicatie komt uit 2017 maar nog steeds actueel –

Al ruim dertig jaar wordt gestreefd naar het energiezuiniger maken van de bestaande woningbouw. Ondanks subsidies en de ontwikkeling van innovatieve technieken, is nog geen sprake van grootschalige realisatie. Zeker niet waar het renovaties met hoge energieambities betreft. Voor opschaling is inzicht nodig in de gedrags- en organisatieprocessen die van invloed zijn op de realisatie. Dat is – naast geld en techniek – de derde succesfactor.

Met dit project wordt beoogd handelingsperspectief te bieden op basis van gedrags- en organisatiewetenschappelijke kennis. Dit doen we door kennis over gedragsmechanismen en organisatieprocessen die van invloed zijn op renovatieprojecten met hoge energieambities te ontrafelen en toepasbaar te maken voor uitvoeringsprofessionals. Dit doel verklaart de titel van het project; de derde succesfactor ontrafeld. De primaire doelgroep van het project zijn professionals die bezig zijn met woningrenovatie (zowel koop- als huurwoningen) in bewoonde staat met hoge energieambities. Hieronder vallen bouwbedrijven, aannemers, installateurs, ontwikkelaars en woningcorporaties, maar ook leveranciers en producenten, gemeenten en andere belanghebbenden zoals netwerkbedrijven.

Door concreet inzicht te bieden in de werking van gedragsmechanismen en organisatieprocessen, worden professionals in staat gesteld om deze inzichten effectief in een projectplan, procesontwerp of lokale aanpak te integreren. Via nevenstaande link kunt u het gehele onderzoek downloaden.

Continue reading